Muisen komen bijna overal voor. In Nederland komen vooral de huismuis, veldmuis en in mindere mate de spitsmuis voor.
Huismuizen verblijven meestal binnen gebouwen of in de directe omgeving ervan, maar komen ook wel voor in het vrije veld (akkers), van waaruit ze in het najaar naar gebouwen trekken. Muizen plagen in gebouwen worden veelal veroorzaakt door huismuizen.
De staart van de huismuis is even lang of langer dan het lichaam. De kleur van de rug is lichtbruin tot donkergrijs.
Veldmuizen leven graag in open gebieden met hoog gras, of gebieden met graan, zoals graanakkers, wegbermen, dijken , spoorwegtaluds, slootkanten en graslanden.
De straat van de veldmuis is veel korter dan die van de huismuis, meestal de helft van de lichaamslengte. De kleur is van de rug is geel- tot grijsbruin, soms kleurvariaties tot zwart toe, de buik is lichter tot grijswit.
Spitsmuizen zijn geen knaagdieren; alhoewel zij uiterlijk grote overeenkomsten vertonen, onderscheiden zij zich door vorm van de kop (spitse snuit) en het gebit. In gebouwen kunnen ze vrij veel lawaai maken en verspreiden een onaangename geur.
De kleur van de rug is meestal rossig grijs tot grijsbruin, soms donker, de buik is lichter.